maandag 17 februari 2014

17 februari: Queen Charlotte Sounds vanuit Picton

Gisteravond hebben we nog even de tocht voor vandaag uitgezocht. Geen lange wandeling door bossen, maar een boottocht door de echte Queen Charlotte Sounds. Het verschil tussen een sound en een fjord is al uitgelegd, dus dat laat ik nu maar even achterwege.  

De tocht die we uitgezocht hebben heet de Ship Cove Cruise en vaart ons vanaf 9.30 uur 3 uren door de sound, met als eindpunt Ship Cove. De plek waar James Cook tijdens verschillende reizen had aangelegd. 


Het verschil van deze sounds me Doubtful Sound is dat de bergen lager zijn, de wateren breder en er minder gevarieerdheid is in de begroeiing. De tocht was rustgevend. Genieten van de omgeving , keuvelend, met de wind door onze haren en de zon op onze kop vloog de tijd om. Na ruim 4 uren varen keerden we terug in Picton. 


Nog even samen shoppen en toen splitsten onze wegen. William en Annelies gingen gezellig de was doen, een boekje lezen en hardlopen, terwijl Harry en Marja nog even naar Blenheim reden om wijn te proeven en te kopen, onder het motto “nu we er toch zijn”. Marlborough is wereldberoemd om zijn Sauvignon blanc, dus die moeten we wel even gaan proeven. Het plaatsje Blenheim (= Marlborough) is het centrum van het wijngebied. Daar bezoeken we twee wineries:  Cloudy Bay (een wat grotere) en Fromm (één van de kleinere). Uiteraard maar eens even gevraagd waarom de NZL Sauvignon blanc zo fris en “crispy” is. Dat komt doordat het overdag lekker warm is, mar ’s nachts snel en flink afkoelt. Daardoor behouden de druiven hun frisse zuurtje. We komen tegen 16 uur aan bij Cloudy Bay en constateren dat ze net gaan sluiten. Maar ze zijn zo aardig om ons toch nog wat te laten proeven. Ze sluiten overigens zo vroeg, omdat er veel toeristen op de fiets langs de wineries gaan en zo ongeveer beschonken op het eind van de middag nog langskomen. Dat voorkomen ze door eerder dicht te gaan.



 We proeven twee overheerlijke Sauvignon blanc, een “klassieke” die op stalen vaten heeft gerijpt en eentje die op houten vaten heeft gerijpt. De laatste is wat voller van smaak en heeft minder zuren (is wat “ronder” so to speak). Verder proeven we nog een Pinot gris (wel aardig) en een heerlijke Pinot Noir (Burgundy style). We kopen van elk een flesje (behalve de Pinot gris) om de komende 14 dagen lekker op te drinken.
Bij Fromm zijn de wijnen wat minder vinden wij. We krijgen wel flink wat van het assortiment te proeven: uiteraard de Sauvignon blanc, Riesling (spätlese, dus wat zoet), Pinot gris (zwak in zijn smaak), Chardonnay, Syrah, Malbec en Pinot Noir. Alle rode wijnen zijn wat “spicy” van smaak. We vinden de Chardonnay het lekkerste, vooral omdat-ie eigenlijk helemaal niet als een echte Chardonnay smaakt. Daar gaat dus een flesje van mee. We rijden via Blenheim – niet echt een bijzonder plaatsje- weer terug naar Picton.



16 februari: Van Pohara naar Picton

’s Ochtends om half 8 opgestaan, omdat we vandaag een boottocht willen maken en een wandeling in het Abel Tasman park. De boot vertrekt om half 11, we moeten nog boeken en we moeten eerst nog een eind rijden over de Abel Tasman berg. Dus op tijd vertrekken is belangrijk. Is het in Pohara nog zonnig, naarmate de bergen naderen, pakken de wolken zich samen en wordt het mistiger.
Hier de ontwakende bergen, voordat de mist het overneemt: 


Afwachten maar hoe het in Kaiteriteri is, vanwaar de boot vertrekt het park in. Ondertussen doet de zon een poging om door de wolkenmassa heen te piepen:

Tegen 9.45 uur komen we in Kaiteriteri aan en het is geen probleem om de boot te boeken naar Anchorage. Vanaf daar gaan we het Pit Head pad lopen. Een loop van 4 km waarvoor we 1 ½ uur de tijd hebben. Gelukkig klaarde het weer op en kregen we zelfs zon. We varen met een kleine boot, model speedboot, die ons snel over het water vervoert, met enkele tussenstops. Eén daarvan is bij de zeehonden. Het grootste deel was op visvangst, maar een vijftal was speciaal voor de toeristen achtergebleven.

Ideale oplossing trouwens die watertaxi’s. Ze kunnen je naar diverse plaatsen in het park vervoeren. De enig beperking is, dat je van te voren de heenweg en de eventuele terugweg moet boeken. Terugwandelen kan natuurlijk ook altijd, of je kampeert een nacht in het park zelf. Dan ben je verzekerd van rust, een mooi strand en sandflies; vliegjes zo groot als onweersbeestjes, maar ze steken, en niet zoals muggen alleen tegen de avond, maar de hele dag. Gelukkig hebben we insectwerend middel. Onze watertaxi arriveerde om ongeveer half 12 in Anchorage en hij zou ons om 13.00 uur weer oppikken. De wandeling was zeer de moeite waard.


Op diverse punten waren panoramische doorkijkjes met zicht op goudgele stranden.



Na ongeveer 3 km bereiken we onze idyllische lunchplek: het goudgele strand van Pukatea Bay. Alleen bereikbaar per boot, kayak, of te voet. Hier braken we ons lunchpakket aan, dat die ochtend zorgvuldig was samengesteld door Annelies. 

Terug in Anchorage hebben we nog een uurtje lezend genoten van de zon. Maar toen werd het toch wel tijd om af te reizen naar Picton. Een tocht van circa 140 km, met een tussenstop bij de ijscafetaria in Motueka om te genieten van vers (ingevroren) gemixte bessen yoghurt ijs. Dat werd ter plekke voor ons bereid. Daarna karren maar, met maximaal 100 km/uur en meestal zachter. De kilometers schoten toch snel onder ons door en tegen 18.00 uur kwamen we aan bij de Queen Charlotte Drive; een panoramische route, die ons voor een deel langs de Queen Charlotte Sounds leidde.

Aan het einde van de drive, enkele kilometers van onze camping in Picton even gebeld met Harry en Marja. Ik kreeg Marja aan de lijn, maar zoals al vaker het geval is geweest, kon ik haar wel verstaan maar zij mij niet. Na bij de camping nog een keer gebeld te hebben, dit keer nam Harry op, bleken ze 5 minuten achter ons te rijden. Dit bedenk je niet. 3 dagen lang rijdt een ieder z’n eigen route, in z’n eigen tempo en dan blijkt op het einde dat je op 5 minuten van elkaar rijdt op weg naar de van te voren afgesproken camping.

Na aankomst en installatie hebben we eerst al onze belevenissen uitgewisseld onder het genot van een glas witte nieuwzeelandse wijn. Wat heb je elkaar dan veel te vertellen als je 3 dagen gescheiden bent geweest.

Groetjes, William en Annelies

zondag 16 februari 2014

16 februari: van Nelson naar Picton (Marlborough Sounds)

Bij het opstaan vanochtend in Nelson is het weer bewolkt en grijs. We gaan dus eerst maar eens Nelson verkennen en zien dan wel of het weer opknapt. Nelson is een wat grotere plaats en ligt mooi in een grote baai. Kennelijk kennen ze ook hier koopzondag, want veel winkels zijn open. Ook is er een kleine zondagsmarkt, wat meer op een rommelmarkt lijkt. Tegen het middaguur breekt zowaar de bewolking en gaat de zon schijnen. Het wordt al gauw een stuk warmer.
We gaan op weg naar Marlborough Sounds. Deze Sounds  (fjorden) zijn door rivieren gevormd, in tegenstelling tot de Sounds in het zuiden van het Zuidereiland (zoals Doubtful en Milford Sounds: die zijn door gletsjers gevormd). De Sounds in Marlborough zijn wijdser (breder) en de heuvels er omheen zijn wat lager. Voordat we Marlborough bereiken, komen we eerst langs Pelorus Bridge.



Daar stoppen we en maken er een wandeling van 45 minuten. De bridge is een “swinging bridge” zoals we er al meerdere hebben gezien. Bij terugkomst op de parkeerplaats blijkt een toeristenbus ons klem te hebben gezet. Geen nood, dan drinken we toch eerst een kopje koffie; tijd zat!
We rijden door naar Havelock, waar we informeren welke mogelijkheden er zijn voor wandelen en andere activiteiten in de Marlborough Sounds. We besluiten naar Anakiwa te rijden (20 minuten verderop): de weg er naar toe leidt tot in de Sounds. Het is een klein dorpje aan een prachtige baai. Daar start (of eindigt zo je wilt) ook de beroemde Queen Charlotte Track, een wandelpad van 71 km dat in 4 dagen kan worden gelopen. Het pad voert langs het fjord. Die hele 71 km gaan we niet halen, maar we trekken wel de wandelschoenen aan en lopen tot de eerste campsite (Davies Bay) en weer terug in anderhalf uur. Zo hebben we toch mooi een stukje “Queen Charlotte” gelopen!




De weg naar Picton slingert zich via vele haarspeldbochten langs de baaien van het fjord. We zetten op de I-pad “the long and winding road” van The Beatles er maar bij aan: wel zo toepasselijk!
En onderweg kom je de leukste brievenbussen tegen:


Picton val je letterlijk van boven binnen, als eerste de haven, waar de grote veerboten naar Wellington op het Noordereiland vertrekken. Op de camping aangekomen, blijken William en Annelies er net 5 minuten eerder te zijn ingecheckt. We beginnen eerst maar eens - met een lekker wijntje erbij in de zon - elkaar de belevenissen van de afgelopen dagen te vertellen.

Harry en Marja

15 februari: Naar Abel Tasman National Park

Vandaag vroeg uit de veren, want we willen eind van de ochtend in het Abel Tasman National Park zijn om daar te gaan wandelen. De zon schijnt! De dame van de camping zei dat het “hot and sunny” zou worden. Jippie!
Om kwart over negen op pad, eerst nog even getankt, want zoveel tankstations kom je onderweg niet tegen.  Via een mooie route met weer afwisselende landschappen, we komen zelfs hop-kwekerijen en fruitboomgaarden tegen. Om half 12 arriveren we aan het begin van Abel Tasman park in Motueka. Een levendig toeristenplaatsje, waar we bij de VVV een tocht boeken voor de middag. Dat houdt in dat we inschepen op een soort ferry, die elke baai aandoet en waar je van boord kunt gaan of weer kunt opstappen. De firma heet Wilsons (voor degenen die dit ook eens willen doen). Om 13 uur vertrekken we van het strand van Kaiteriteri (veel plaatsnamen in Nieuw Zeeland zijn Maori). Vanaf het water zie je dan de prachtige baaien waar telkens wordt aangelegd.


De boot brengt ons naar één  van de verst weg gelegen baaien, Tonga Bay. Ook daar zijn zeehonden, maar die laten zich wijselijk niet zien met dit prachtige weer.
We gaan in Tonga Bay van boord, stappen zo op het strand met een uitschuifbare loopplank aan de voorkant van de boot. We gaan wandelen via een mooie route door het bos (het gaat op en af), met af en toe uitzicht op de Tasman zee. De doorkijkjes en de baaien lijken soms wel op een tropisch eiland, maar dat komt pas aan het eind van de vakantie aan de beurt (Fiji).



De wandeling voert weer een baai terug naar Bark Bay, op het gemak zo’n anderhalf tot twee uur wandelen. In Bark Bay wachten we op het strand in het zonnetje op de boot die ons tegen 17 uur weer oppikt en terugbrengt naar Kaiteriteri (duurt een uurtje).


Daar aangekomen zoeken we een terrasje aan de baai en eten er heerlijke vis.
Pakweg half acht rijden we naar Nelson, waar we ons op dezelfde camping  installeren als William en Annelies gisteren waren (Tahunanui beach).

Harry en Marja

15 februari van Nelson naar Pohara beach via Totaranui beach

Vanochtend werden we wakker met een stralende zon. Voor het eerst deze vakantie. Heerlijk. We hopen op meer van dit soort dagen. Voordat we wegreden zijn we eerst nog even bezig geweest met ons blog. Verhaal schrijven, nog even redigeren, foto’s erbij plaatsen en vervolgens als concept opslaan, zodat Harry het ook nog even kan lezen voor publicatie. Zo zie je; we hebben er heel wat voor over om ons enthousiaste lezerspubliek up-to-date te houden.
Tegen 10.00 uur zijn we naar Nelson gereden, naar de lokale markt op Montgomery square. Deze markt is wekelijks en diverse mensen verkopen zelfgemaakt artikelen. Op deze markt kochten we voor diverse mensen kado’s, onder meer voor mijn moeder. “Je zult helaas nog wel even geduld moeten hebben ma”.

Op het moment dat we op punt stonden om weer te vertrekken uit Nelson, wat overigens een hele leuke plek is, belde Harry. Ze waren aangekomen in Motueka en gingen om 13.00 met een watertaxi het Abel Tasman Park in om vervolgens een 2 uur durende wandeltocht te maken voordat ze terugkeren met de watertaxi naar het beginpunt. De belevenissen kun je lezen in het stukje dat Harry schrijft.
Wij hadden als plan om door te rijden naar Totaranui beach: een prachtig stuk strand gelegen aan in het Golden Bay gebied. Eerst nog maar even bij de lokale VVV van Motueka gecheckt hoe laat de watertaxi’s precies gaan en welke wandelroutes je kunt lopen. Dan kunnen we tenminste nadenken over wat we morgen willen doen. Vervolgens eerst lunchen aan het water: heerlijk met Italiaans brood met tomaat en ui erin (gekocht op de lokale markt).
Om naar Totaranui beach te komen, moesten we over de Takata Hill. Een hoge berg met veel haarspeldbochten. Zeker als je de binnenweg neemt via Kaiteriteri. Dat is één van de plekken waar de watertaxi’s vertrekken op hun tocht over het water, wat anders, op weg naar allerlei stopplaatsen in het Abel Tasman Park. Je kunt altijd weer terug met een watertaxi of kiezen voor een wandeltocht terug. In Kaiteriteri aangekomen, zagen we de camper van Harry en Marja al staan, die inmiddels waren ingescheept voor hun avontuur. De onze begon meteen nadat we de kust voorbij waren gereden met de ene haarspeldbocht na de andere.





Uiteindelijk, na diverse fotostops, reden we Pohara beach voorbij en kwamen we op de weg naar Totaranui beach, die tot mijn verbazing over ging in een onverharde weg recht omhoog, met haarspeldbochten de bergtop op en weer af: 12 km lang. Dat was even slikken, maar het was goed te doen. De weg was voldoende breed, er waren diverse uitwijkmogelijkheden en er zaten relatief weinig kuilen in de weg. We hadden alleen wat last van de “wasbordjes” in de weg. Dan rammelde onze camper flink door elkaar. Onze moed werd aan het einde wel beloond met een prachtig goudgeel strand (Golden Bay). Een strand waar je eigenlijk niet meer weg wilt, maar er is geen power, winkels zijn er ook niet en als je de volgende dag verder wilt reizen, dan moet je er rekening mee houden dat je over de onverharde weg door de bergen weer terug moet.
Het doorkijkje onderweg belooft al veel.


Eerst hebben we al onze gedachten maar opzij gezet en de camper ook, de badkleding aangetrokken en zijn we lekker gaan genieten van de zon en het strand. Tegen 18.00 uur kreeg onze ratio weer de overhand en dachten we; waarom zouden we blijven? We hebben het gezien, we hebben genoten en beter wordt het niet. Zullen we terug rijden naar Pohara  beach, want dat scheelt morgen weer een heleboel tijd? Zo gezegd, zo gedaan. Ondertussen nog even lekker aan het strand van Tata beach ons diner genuttigd (burrito’s gevuld met zalm, sla en crème fraîche). Tegen 19.30 uur kwamen we in Pohara beach aan. Nog net even tijd om te douchen om daarna prachtige zonsondergang foto’s te maken.

Zoals altijd sluiten we de avond af met het opschrijven van onze ervaringen voor het blog en is Annelies nog bezig om alle internet aankopen af te handelen. Want ook tijdens de vakantie wordt er geld verdiend.

zaterdag 15 februari 2014

Wie is deze vreemde vogel?

Op de parkeerplaats bij Cape Foulwind (Westport, bij de zeehondenkolonie) kruiste deze vreemde snuiter doodgemoedereerd ons pad. Wie weet wie deze vogel is? Hij lijkt op een kiwi, maar is het (vast) niet.



Marja

14 februari: Van Hokitika naar Murchison

Zoals William en Annelies al aangaven, zijn wij uiteindelijk in Hokitika gestopt. Erg jammer dat het weer gisteren zo slecht was:  grijs, lage bewolking en (miezer)regen.  Dus geen Mount Cook gezien en ook de gletsjers niet vanuit de lucht kunnen bewonderen. Tja, dat is net op het verkeerde moment daar wezen dus.
Deze ochtend eerst in Hokitika gestart met een bezoekje aan de Jade-factory. Jade ontstaat in gesteente in de bergen en spoelt met het rivierwater mee. Jade komt in dit gebied heel veel voor. We maken een praatje met één van de jade-bewerkers. Ze is een steen aan het slijpen voor een sieraad, een hanger, volgens een voorliggend voorbeeld.
 



Het is inderdaad Valentijnsdag vandaag. Maar dat is niet de reden waarom ik een kadootje koop voor Marja. Ze mag een sieraad van jade uitzoeken vanwege haar verjaardag eind januari (had ze nog tegoed).
We rijden verder langs de coastal road, ”one of the most beautiful drives of the world” (volgens Lonely Planet). Maar ja, regen, regen en nog eens regen, met grijze laaghangende wolken. Daar gaat je mooie uitzicht …. Maar het levert ook mooie plaatjes op.



We stoppen bij Pancake Rocks. Na die bekeken te hebben, eten we uiteraard pancakes for lunch in het restaurant aan de overkant van de weg.



We rijden door richting Westport, naar de zeehonden kolonie. Ze zijn er wel, maar liggen vooral lui op de rotsen. Je moet verdomd goed kijken wil je ze überhaupt spotten. Hoewel Nelson de beoogde eindbestemming is vandaag, is dat een tikkeltje te ver. Er is onderweg te veel te zien, zoals de langste ‘swinging bridge’ in de wereld. Bovendien is het inmiddels opgeklaard en schijnt de zon. Daar willen we nog van profiteren en dus besluiten we niet verder te rijden dan Murchison (zo’n 100 km van Nelson vandaan). Weer zo’n dorpje dat werkelijk geen bal voorstelt, zoals de meeste plaatsjes die we tegenkomen. Maar er is een supermarkt. We kamperen de camper op een soort boerencamping. Kleinschalig, erg leuk. We zetten de stoeltjes gauw buiten en pakken er een pilsje bij in de laatste streepjes avondzon. Hè, hè, toch nog zon …
Groetjes, Har en Mar