zondag 23 februari 2014

22 februari: van Tongariro naar Rotorua

Hoewel de Tongariro Crossing voor vandaag is afgelast vanwege de verwachte regen, is het bij het opstaan droog. Wel bewolkt, maar met wat blauwe gaten in het wolkendek. De spieren werken niet helemaal mee: vooral de bil- en bovenbeenspieren merken nog dat we gisteren een lange wandeling hebben gemaakt.
Voor tienen zijn we op weg, via (lake) Taupo, naar Rotorua. Onderweg zien we een soort estafetteloop, gewoon langs de highway. Het is aan de kledij te zien dat er met teams wordt gelopen. En niet een klein rondje, maar de gehele weg van Turangi naar Taupo. En dat is 60 km! In Taupo bij de i-Site (VVV) vragen we ernaar: het blijkt inderdaad een estafetteloop te zijn, rond Lake Taupo, van maar liefst 140 km.
Bij het VVV informeren we verder naar de mogelijkheden om geisers en de Maori-cultuur te bezoeken. Dat is volop voorhanden. We boeken alvast een culturele Maori-avond voor de zondag (Mitai Maori Village) en zoeken een thermal park uit waar we geisers kunnen bekijken. We doen nog effe een bakkie en een lunch op een terras (waar de Wifi het niet op het terras doet, maar alleen binnen en dan precies midden in de zaak …).
Als we weer op weg gaan, stoppen we eerst bij een bugee-jump om te kijken of er waaghalzen zijn die de sprong wagen. En ja hoor, een meisje heeft zoveel moed om het te doen. Je kunt er ook een “jump-swing” doen. Marja en William overwegen een poging te wagen, maar het argument is dat het dan te lang zou duren (ja, ja …).


Daarna komen we langs Huka Falls, een razende waterval met héél koud water. We rijden door en bezoeken een glasblazerij (Lava Glass), met uiteraard een demonstratie en een bezoekje aan de tuin met allerlei beelden van glas.




Daarna weer door richting Rotorua. Gezien de tijd (half 4) slaan we Waimangu Volcanic Valley even over (kunnen we morgen altijd nog doen) en rijden door naar Te Puia in Rotorua zelf. Dat is een heritage park over de cultuur van de Maori en de geisers in het gebied. De echte naam is heel lang, maar “afgekort” Te  Whakarewarewa. We krijgen er een interessante rondleiding door een gids van Maori oorsprong. Hij vertelt over de typische gemeenschapshuizen van de Maori met hun schuine dak en houtsnijwerk. Binnen legt hij uit dat de nok van het dak de stamboom van de betreffende Maori-familie voorstelt en de beschilderde balken die aan weerszijden naar beneden wijzen de diverse takken voorstellen van de stamboom. Langs de muren is er houtsnijwerk te zien die de voorvaderen voorstellen. Die afbeeldingen zien er altijd wat raar uit, met vreemde lachende of boze gezichten. Maori doen dat bewust vanuit hun cultuur: ze overdrijven als het ware, ze maken er uit respect voor hun voorvaderen een soort fantasievoorstelling van. Verder zien we een atelier waar ze jonge Maori ambachtslieden het maken van houtsnijwerk aanleren en waar ze van een plantenvezels kleding maken.




Het tweede deel van de rondleiding bestaat uit een rondgang langs enkele geisers en bubbelende hete modderpoelen. Geologisch zit de aardwarmte in Rotorua heel dicht aan de oppervlakte en die wil naar buiten. Gecombineerd met water leidt dat dus tot stoom en spuitende geisers. Wonderlijk om te zien.


We sluiten af met een kijkje in een verblijf waar ze twee heuse kiwi’s hebben ondergebracht. Dit beroemdste beest van Nieuw Zeeland leeft vooral ’s nachts, dus is het onderkomen vrijwel geheel duister. Maar als onze ogen aan het donker gewend zijn, zien we warempel twee kiwi’s. Grappig om te zien.
Rond zessen nog effe wat boodschappen doen en daarna naar de camping, gelegen aan het meer van Rotorua. Het is inmiddels zwaar bewolkt en ’s avonds is het gaan regenen. Maar ach, in de camper zitten we droog. Om half elf worden we nog vergast op een vuurwerk dat iets verderop op het strand wordt afgestoken. Twee keer vuurwerk in één vakantie: da’s geluk hebben!

zaterdag 22 februari 2014

21 februari: Tongariro crossing

Vandaag was de grote dag: de wandeling van 19 km langs de vulkanen. Een tocht waarvan de één zegt “het is zwaar” en een ander zegt “is goed toe doen”. Dus het beste was om het zelf uit te vinden. Om 7.40 uur werden we met een bus opgehaald en naar het beginpunt van de wandeling gebracht. Het weer was goed en de verwachting was ook in orde (NB: de tocht van morgen gaat bijvoorbeeld niet door vanwege slecht  weer).


Het eerste deel van de wandeling was relatief eenvoudig. Het mooie was ook dat het landschap als het ware ontwaakte. De wolken verdwenen en de zon kwam er doorheen, dat leverde  “scenic”ochtendplaatjes op.


Daarna begon de steile klim. Boven werden we beloond met het eerste prachtige uitzicht. Dit was het begin, want er zouden nog diverse fantastische uitzichten volgen.


Tegen half 11 beginnen we aan een steile klim omhoog, althans dat denken wij. We zien allerlei mensen tegen de helling aangeplakt zitten, net als een stel Jan van Genten. De werkelijke reden blijkt te zijn dat er onderhoud aan de route wordt gepleegd. We moeten 10 minuten wachten en dan zien we wat ze gedaan hebben, treetjes in de berg uitgehakt zodat we iets gemakkelijker omhoog komen. Toch is dit een lastig gedeelte van de klim. Bovenop de eerste top krijgen we al een mooie beloning: de rode krater.



Op de hoogste top komen de oh’s en de ah’s:  schitterende turquoise vulkaanmeertjes (emeralds). Tijd voor (weer) een fotomomentje.


Dan volgt een spectaculaire afdaling. Onze eerste gedachten waren “dit is de zwarte piste bij het skiën”. Dat betekent achteroverhangen, hakken in het zand (nu mag het eindelijk) en naar beneden glijden. In het begin nog even opletten, vanwege rotsen onder het zand, maar daarna “gaan met die banaan”. Ik zie Annelies voor me gaan als een speer, terwijl ze me nog toeroept “als je valt kijk ik niet”.  Ze was altijd al zo zorgzaam.



Harry hing iets te veel achterover en gleed via zijn derrière nog een stukje door. Marja bleef stoer overeind tijdens die afdaling.


Tegen 12 uur genieten we van een korte lunch aan het meer, daarna vervolgen we onze tocht weer, zigzaggend naar beneden op weg naar de Keteahi hut.

De hut waar veel mensen te lang blijven zitten en dan stramme spieren krijgen.  Onze stop daar duurt op de kop af 12 minuten. Te kort om stramme spieren te krijgen en lang genoeg om even de druk er vanaf te kunnen halen. Daarna is het lopen, lopen en nog eens lopen. Veelal omlaag en af en toe toch nog een stukje omhoog. Dan komen we het beroemde en beruchte Never Ending Forest. Het laatste stuk van de tocht gaat daar doorheen en bij iedere bocht denk men ben ik er nu. Iedereen is dan namelijk moe en wil klaar zijn. Gewapend met deze kennis halen we onze iphone en ipod te voorschijn, doen de oortjes in en met muziek scheuren we naar beneden. Annelies was niet bij te houden, ze dartelde over paden en rende van de trappen af. Never Ending Forest was voor ons Music Forest. En ineens stonden we op de parkeerplaats, niet geheel onverwacht (we hadden de tijd/km bijgehouden), maar wel sneller dan verwacht. Harry en Marja kwamen er een uurtje later achteraan.


Het was een dag om niet meer te vergeten en een ervaring die we een ieder kunnen aanbevelen.

Logboek van de wandelroute:
8.15: start van de tocht
9.20: 4 km - 1.05 uur, relatief vlak, daarna begon de steile klim
9.58: 6 km - 1.43 uur, op de top aangekomen volgt  weer een vlak stuk, bovenop 10 minuten gerust
10.30: begonnen we aan de steile klim, als we bovenaan zijn volgt een afdaling met zand
12.00: korte lunchbreak
12.25: 11 km, de route loopt nu zigzaggend naar beneden
12.39: 12 km
12.53: 13 km, we arriveren bij de keteahi hut
13.05: vertrek bij de hut
13.58: begin van het Never Ending Forest
14.38: aankomst bij de parkeerplaats, het einde.

Totaal circa 6.35 uur gelopen over 19,4 kilometer.

20 februari: Van Napier naar Tongariro

Gisteravond hadden we al geprobeerd om uit te zoeken hoe laat de art deco wandelingen met gids, van één uur, zouden starten: half 10 of 10 uur. In ieder geval waren we al om 9 uur in de stad om ons aan te melden voor de art deco wandeling. Via de plaatselijke VVV van Hastings hadden we al gehoord dat er vanaf woensdag 4 dagen een art deco feest zou zijn in Napier. Wij kwamen dus precies op tijd. De dames regelden dat wij om 10 uur de wandeling konden doen door de stad, terwijl Harry en ik een geschikte parkeerplaats voor de campers zochten. Gelukkig is Napier niet groot en hadden wij de dames snel weer teruggevonden.



Dat er in Napier een art deco feest gaande was werd direct duidelijk: er reden oldtimers rond en veel mensen waren ook art deco gekleed:  veelal  jaren 30 stijl, alsof iedereen zo uit de tijdmachine was gestapt. De wandeling van één uur was interessant. In 1931 is het lager gelegen deel van Napier door een aardbeving verwoest. De grond onder Napier is als gevolg daarvan 2 meter omhoog gekomen, waardoor een groot deel van de stad boven het zeeniveau is komen te liggen. Alleen de huizen in de heuvels bleven gespaard, omdat dat houten huizen waren die op de rotsen waren gebouwd. De andere huizen waren gebouwd op een zandlaag. De wederopbouw van de stad trok allerlei jonge enthousiaste architecten aan. Bij de herbouw van de stad keek men vooral naar Californië, omdat zij ook in een aardbevingsgebied liggen. Men wilde de stad beving proof bouwen en de wijze van bouwen, zoals dat in Europa gebeurde was niet solide. Zo ontstond de art deco lijn, met invloeden uit verschillende stijlen, maar wel steeds zo gebouwd dat als er een aardbeving kwam er weinig tot geen doden of gewonden zouden kunnen vallen door rondvliegend puin. Dat leverde een strakke wijze van  bouwen op, zonder tierelantijntjes, maar wel met elegante art deco versieringen.





Tijdens de wandeling passeerden we een andere groep Nederlanders die rondgeleid werden door een Nederlandse gids? Zou dat Anita zijn, de tante van Jeroen? Ik dacht nog zal ik een foto maken van haar en checken bij Jeroen of ze het was, maar we waren al weer snel voorbij. Toen de tour afgelopen was snelde er ineens een dame naar ons toe, dezelfde die we al hadden gezien, die ineens in het Nederlands begon: Anita. Ze had de mail van Jeroen ’s ochtends om 8.45 ontvangen en begrepen dat wij de tour van half 10 gingen toen en toen was ze haasje repje op de fiets gesprongen om ons welkom te heten. Maar dat liep toch nog even anders. Gelukkig  troffen we elkaar toch nog en we hebben lang geanimeerd met elkaar staan praten, net alsof je elkaar al heel lang kent.



Helaas vloog de tijd om en ging ieder weer zijn eigen dingen doen. Wij zijn Bluf Hill gaan bekijken met de camper (Harry en Marja te voet). De buurt, die overeind was gebleven tijdens de aardbeving. Op de heuvel waren mooie grote optrekjes te vinden met een riant uitzicht.


Tegen 14.00 uur verlieten wij deze prachtige, levendige stad. Harry en Marja vertrokken een half uur later.

Onderweg reden ons een groot aantal oldtimers voorbij die op weg waren naar de oldtimer rit die in Napier zou worden gehouden.  Daar hoefden wij alvast niet meer heen. Onderweg zijn we nog even gestopt voor de Waipunga watervallen, terwijl we via Lake Taupo reden naar Tongariro en voor een enorme kudde schapen. Nieuw Zeeland is echt een schapenland, waar je in Nederland af een toe een door de overheid gefinancierde verdwaalde kudde tegenkomt, staan ze hier gewoon in de weilanden.


Om half 6 arriveerden we op de camping, ruim op tijd om ons rustig voor te bereiden op onze wandeling van morgen: 19,4 km lang lopen/klimmen door de bergen langs allerlei vulkaankraters: de beroemde Tongariro Crossing.

woensdag 19 februari 2014

19 februari: Van Palmerston naar Napier

In de ochtend hebben we lekker rustig aan gedaan. Om 13.00 uur ongeveer wilden we in Clifton zijn om de Jan van Genten te gaan bekijken, dus we hadden genoeg tijd om even te lummelen. Tegen tienen vertrokken we richting Napier. Nog maar net onderweg zagen we de prachtige witte kerk van Palmerston North. Eenmaal op de snelweg reden we door een mooie kloof: de Marawatu Gorge.  Circa 100 km voor Napier overwogen we nog even om af te slaan en een omweg te nemen door het plaatsje met één van de langste plaatsnamen ter wereld,  nl.: Taumatawhakatangihangakoauauotamateaturipukapikimaungahoronukupokaiwhenuakitanatuha (check gerust even of ik het goed heb).  Helaas waren we bang dat we dan te laat zouden komen. Als goedmaker reden we nog wel door deense plaats Dannevirke, die precies op onze route lag overigens, waar we welkom werden geheten door een Viking en ook uit werden geluid door diezelfde Viking met de woorden: Farevel. De rest van de route gleed door een glooiend, enigszins slaapverwekkend landschap, totdat we in Hastings aankwamen. Een gezellig stadje, met een bruisend stadshart, muzikanten en veel politie. Misschien had dit alles wat te maken met het grote art deco feest dat vanaf die dag startte in Napier. Bij de VVV nog maar even gecheckt wat de hoogtepunten van de stad waren, voordat we weer vertrokken richting Clifton. Oh ja, Te Mata Peak mochten we niet vergeten, vanwege het onvergetelijke uitzicht. Blijkt ’s avonds dat Harry en Marja na ons bij de VVV zijn geweest en dat die vrouw ons wist te herinneren en ons hun ook , omdat zij wel van de wijnen waren en wij niet.

Tegen enen arriveerden we in Clifton bij Gannet Beach Adventures  aan het einde van de Clifton road. Daar hadden we onze excursie van 4 uren geboekt naar de kolonie van de Jan van Genten op een bak voortgetrokken door een tractor over het strand en water: een avontuur dus. Wat bleek, na afloop zeer de moeite waard was. Je kunt de Jan van Genten ook op een makkelijke manier met een bus over land bereiken, maar dan mis je toch heeeeeeel veel. Lees mee en bepaal zelf of je het de moeite waard vind om 4 uren over het strand te reizen in een hobbelige bak achter een tractor.

Iedere tractor chauffeur is tevens gids. Het deel over het strand gaat langs hoge kliffen waar de gids verteld over de ontstaansgeschiedenis van Nieuw Zeeland. Zoals we hebben geleerd in het Te Papa museum in Wellington, ligt Nieuw Zeeland op een tweetal aardplaten die onder elkaar schuiven. Het effect daarvan is dat dit deel van het land omhoog wordt gedrukt. Dit is uitstekend zichtbaar in de lijnen van de kust van Hawkes Bay. Het bovenste deel van de grond is ongeveer 300.000 jaar oud terwijl het onderste deel 3 miljoen jaren oud is.



Zeer interessant allemaal, temeer daar onze gids uitstekend thuis is in de geologie (er was geen geoloog in ons gezelschap aanwezig om dat te checken) en er ook over een onderhoudende humoristische wijze over kan vertellen. Hij liet ons ook aardbevingsscheuren zien: het ene deel was negen meter naar beneden gezakt. Dat kun je zien aan het patroon van de lagen dat ineens niet meer doorloopt, maar lager begint.

Kortom het was een leerzame en interessante rit waarin we nog meer leerden over Nieuw Zeeland. Ook dat door het schuiven van de planten het land richting Australië wordt gedreven.
Toen de Jan van Genten kolonie. Na de albatrossen en de eenzame pinguïn op het strand waren we op alles voorbereid, maar: we troffen een echte kolonie, van 5000 koppels.


Wij  stonden op twee meter afstand van de vogels, terwijl ze over onze hoofden een vlogen met voedsel voor hun jongen om vervolgens met een duikvlucht tot stilstand te komen. Fantastisch om te zien.

Het waren allemaal stelletjes die elkaar voor eeuwig trouw blijven en ieder jaar terugkomen naar het zelfde nest om er een nieuw jong groot te brengen.

Een jong dat overigens wel na 4 maanden moet kunnen vliegen en dan meteen vertrekt naar Australië. Dat is wel iets anders als bij ons.

Tegen half 6 waren we weer terug bij het vertrekpunt.
Dan nog even het vergetelijke uitzicht bekijken: Te Mate Peak bij Havelock North in de buurt. Eerlijk is eerlijk het is inderdaad prachtig. De weg slingert zich stijl omhoog en biedt fantastische panoramische vergezichten over de bergen, tot aan Napier en Cape Kidnappers (waar de Jan van Genten zaten). We kwamen ook nog eens op het juiste moment, nl. bij het dalen van de zon. Helaas was het wel een beetje heiig.

Na een wederom geslaagde dag reden we naar de Snapper camping 7 km boven Napier. De camping waar de tante van Jeroen werkt. Helaas was ze er niet. Wellicht hebben we morgen meer succes. Nu eerst maar even bijkletsen met Harry en Marja om hun belevenissen te horen.

Tot slot kregen we dit toetje.





19 februari: van Wellington (Upper Hutt) naar Napier

Het Te Papa museum gisteren in Wellington maakte indruk. Het is prachtig opgezet en geeft veel informatie over verleden en heden van Nieuw Zeeland (en het is gratis!). Hierbij nog wat foto-impressies:
 



Na de drukke stad (Wellington) van gisteren, gaan we weer verder op pad het land in. We zaten op een camping aan een riviertje in het plaatsje Upper Hutt (inderdaad, boven Lower Hutt). Dat ligt een half uurtje rijden boven Wellington. Toen we aankwamen gisteravond was het een lawaai van jewelste vanwege een enorm bataljon krekels dat zich zo ongeveer in alle bomen had genesteld. We dachten eerst dat onze autoband leeg liep. Gelukkig hielden ze ’s avonds en in de nacht hun gemak.
We vertrekken in noordelijke richting via plaatsen met fraaie namen als Tauherenikau, Eketahuna, Waipukurau en Waipawa. Je zou niet zeggen dat je in Nieuw Zeeland bent! Ten opzichte van het Zuidereiland stellen de plaatsjes hier wel wat meer  voor. Ze zijn groter, levendiger en hebben meer winkels en voorzieningen. Ook is er meer verkeer dan op het Zuidereiland. Niet zo gek, 3 van de 4 miljoen inwoners van Nieuw Zeeland wonen op het Noordereiland. Ook onderweg kom je meer “losse” huizen in het landschap tegen, waar je dat op het Zuidereiland minder ziet. Het Zuidereiland heeft daarentegen meer natuur met hogere bergen: het Noordereiland is wat meer glooiend.
Tussen de middag stoppen we in Woodville bij Yummy Mummy’s Cheesecake: dat staat in alle brochures en reisgidsen, dus het is een “must stop”. We nemen er een kop koffie met een flinke cheesecake. Dus de lunch slaan we maar over ….



Next stop is Hastings. Niet van Willem de Veroveraar (1066, u weet wel), maar het zusterstadje van Napier, 20 km verderop. Beide stadjes zijn in 1931 flink verwoest door een aardbeving en daarna weer opgebouwd. Hastings heeft gebouwen met een “Spanish mission style”.


Napier is beroemd vanwege zijn Art Deco gebouwen (daarover morgen meer). Hastings en Napier liggen in het gebied Hawke’s Bay, ook een wijngebied. Maar in dit wijngebied wordt voornamelijk rode wijn gemaakt. Niet alleen Pinot Noir, maar ook Merlot, Syrah en Bordeaux-style wijnen. En helemaal niet verkeerd kunnen we wel zeggen! We bezoeken (overigens op aanraden van de dame van Fromm wineries in Marlborough) de vineyard Craggy Range. Een prachtig mooie wijngaard en dito wijnen. We proeven (en weer uitspugen natuurlijk) zo ongeveer het hele assortiment en nippen daarna nog een glaasje op het prachtige terras naast de wijngaarden.



Daarna rijden we naar Napier en zoeken een camping op in Bay View aan het strand. Daar treffen we ook weer William en Annelies die vanmiddag een trip hebben gemaakt naar de Jan van Gent-kolonie op Cape Kidnapper. Daarover kun je meer lezen op hun blog van vandaag.

Harry en Marja

18 februari: Van Picton naar Palmerston Noord (halverwege Wellington en Napier)

's Ochtends om 7.00 uur gaat de wekker. We gaan vandaag met de boot naar het Noordereiland. Eén van de interislander boten is een aantal maanden geleden kapot gegaan, dus wij varen met een boot uit Londen als stand in. De overtocht verloopt super rustig.
William hoopt dat er op het Noordereiland minder sandflies zullen zijn, aangezien zijn rechterarm vol zit met bulten van die vervelende beestjes, vooral rond zijn elleboog. Blijkbaar het lekkerste stukje.

In Wellington rijden we naar het Te Papa museum en bewonderen de ontstaansgeschiedenis van Nieuw Zeeland. Het is heel smaakvol en interessant opgezet. Verdeeld over 6 verdiepingen vertelt het over alle aspecten van het leven in Nieuw Zeeland: water, vuur, aarde, Maori cultuur, aardbevingen, Europese immigranten, interactieve elementen, etc. Het museum is gratis voor iedereen, wat slim is, want zo leren we veel over het land. Zo weten we nu dat het ene deel van Nieuw Zeeland op een andere aardplaat ligt dan de rest en dat deze uit elkaar bewegen en zo nu en dan tegen elkaar botsen, met alle gevolgen van dien.


Na het museum gaat ieder stel op eigen gelegenheid naar Mount Victoria voor het uitzicht over de hele stad.

Daarna scheiden onze wegen weer: Harry en Marja nemen highway 2 tot aan Upper Hut. Wij nemen highway 1 tot aan een restaurant (een heus restaurant ipv een van de tig fast food ketens en take aways)  in Palmerston Noord. En highway betekent op het Noordereiland ook highway: 2 banen en .... file.