We hebben ons blog helemaal bijgewerkt , inclusief foto's. We gaan nu het park in en weten niet zeker of we internet hebben. Dus misschien moeten jullie weer een paar dagen wachten, maar dan.....
Groetjes van ons allemaal
woensdag 16 juli 2014
15 juli: Van Twijfelfontein naar Ethosa safari lodge bij de Anderson poort
Vandaag begint
eindelijk het ‘wild’(t)e leven. Eerst nog even naar de lodge rijden, die
vlakbij de Anderson poort ligt, zodat we het park in kunnen. Onderweg
passeerden we nog enkele baboons (apen), steenbokken en warthogs. Nadat we in
de prachtige lodge waren gearriveerd en gastvrij waren ontvangen hebben we onze
bagage gedropt, geluncht en vervolgens zijn we weer in de auto gestapt om
Etosha park in te gaan.
Meteen al bij aankomst
in het park zagen we een hele boel zebra’s en er zouden er nog vele volgen.
Natuurlijk zagen we ook vrij snel de springbokjes, maar ook impala’s (die heel
veel in Zuid-Afrika voorkomen).
In Okaukuejo (waar we vanaf morgen overnachten) moesten we nog even betalen om niet als een illegaal door het park te reizen. Vrij snel nadat we deze plek hadden verlaten zagen we onze eerste rhino (neushoorn, om precies te zijn de zwarte versie, want de witte komt niet voor in Namibië). Wat zagen we nog meer: oryx, giraffen, wildebeest, vosjes, white-quilled korhaan en het grote werk, namelijk….. Cliff hanger.
In Okaukuejo (waar we vanaf morgen overnachten) moesten we nog even betalen om niet als een illegaal door het park te reizen. Vrij snel nadat we deze plek hadden verlaten zagen we onze eerste rhino (neushoorn, om precies te zijn de zwarte versie, want de witte komt niet voor in Namibië). Wat zagen we nog meer: oryx, giraffen, wildebeest, vosjes, white-quilled korhaan en het grote werk, namelijk….. Cliff hanger.
Vanuit Okaukuejo
reden we richting gemsbokvlakte, waar een waterput was en vooral in de middag
wild is te verwachten. En ja hoor, daar kwam meneer de olifant aansloffen (op
z’n gemakkie). Natuurlijk hebben we diverse foto’s gemaakt. Wat verder op
troffen we nog een olifant aan, maar net iets te ver om mooie foto’s te maken.
Daarna reden we
door naar Ombika, vlakbij de Anderson poort, waar ook een natuurlijke waterput
zat. We stonden er nog maar net toen de zwarte rhino aan kwam gelopen – stap
voor stap, onderzoekend kijkend waar hij heen moest en ondertussen zijn
territorium afbakenend. Weer konden we mooie foto’s maken. Daarna moesten we
het park verlaten, omdat de poort om half 6 dicht gaat. Een mooie begin van ons
Ethosa avontuur. Wordt morgen weer vervolgd met nieuwe avonturen.
dinsdag 15 juli 2014
14 juli: Twijfelfontein
Vandaag is een
rustige dag. We hebben weinig gepland staan en hoeven dus niet zo heel vroeg
op. De wekker staat om half acht, zodat we om acht uur kunnen ontbijten. Dat is
maar goed ook, want veel van de ontbijtspullen zijn al bijna op. Hierna gaan we
rustig bedenken wat we gaan doen. Voor vanmiddag hebben we al een jeepsafari
geboekt om de woestijnolifanten te gaan bekijken, maar voor vanochtend hebben
we nog geen plannen. William, Annelies en Willemien besluiten kort na het ontbijt
naar de Burnt Mountain en de Organ Pipes te gaan, zodat ze er niet op het
heetst van de dag zijn, terwijl Larissa lekker alleen in het huisje blijft.
Onderweg zagen we nog 2 mooie hagedissen.
Het Damara landschap waardoor we reden is heel afwisselend. Eindelijk iets anders dan die eindeloze savannevlakte die we al zo vaak hadden gezien, terwijl we weer eens van A naar B reden.
We vervolgden de rit door de rivierbedding, waar ze een week geleden doorheen waren gelopen (herkenbaar aan de olifanten dung (poep), tot aan Derit Farm. Een kleine nederzetting bestaande uit Afrikanen, die in Namibië waren blijven hangen en daar nu landbouw bedreven op de semi droge woestijn. Uit de achter gelaten resten was duidelijk te zien dat de olifanten hier waren geweest. Dus doorrijden maar en ineens zagen we in de verte een jonge olifant: fotomomentje. Daarna zagen we nog vier woestijn olifanten. Ze zijn wat kleiner dan de ‘gewone’ olifanten, zoals in Etosha. Olifanten eten gras, blaadjes, maar we zien en horen er zelfs één een tak wegwerken. Ruimt wel lekker op. Bij het maken van de foto’s hadden we wel geluk, omdat we voorop reden en steeds de beste plaats hadden. Onze gids durfde dichtbij de olifanten te komen, terwijl die andere dat niet deed. Die ander heeft ook maar drie olifanten gezien en wij alle vijf.
Daarna was het tijd om terug te gaan om op tijd te zijn voor de sundowner. Terwijl de gids haast maakte zagen we nog een kori bustard en een black backed jackal. Voor beide beesten maakten onze gids nog wel even een korte fotostop. De sundowner was bovenop de berg en leverde uiteraard weer een spectaculair panorama op en dito foto’s. Daarna voldaan terug naar de lodge over de toch wel hobbelige zandpaden.
De Burnt Mountain
(verbrande berg) is het gevolg van de hitte van een vulkaan die niet tot
uitbarsting kwam, maar wel de berg verbrandde. De Organ Pipes zijn ook ontstaan
door vulkaanactiviteiten.
Tegen half elf
was iedereen weer terug en is William nog even gaan hardlopen in de semi desert
waar we ons bevinden. Na de lunch nog even het zwembad in gedoken en gerelaxt
tot het moment waarop de Nature Jeepsafari zou starten.
We vertrokken om
15.00 uur in een oude Duitse legertruck.
Het Damara landschap waardoor we reden is heel afwisselend. Eindelijk iets anders dan die eindeloze savannevlakte die we al zo vaak hadden gezien, terwijl we weer eens van A naar B reden.
De gids vertelde
dat er oorspronkelijk 3 grote groepen met olifanten waren, maar dat het
grootste deel was weggetrokken. Er waren er nu nog vijf over. ’s Ochtends had
hij de groep nog gezien, maar het was wel een eind rijden. De truck reed
voorzichtig over alle zandwegen met kuilen en gaten. Onderweg naar de olifanten
zagen we een aantal springbokken, een paar struisvogel en een secretary bird.
Bij een aantal open plekken in het savannegras stopte de truck. De gids legde
uit dat de cirkels ontstaan door termieten die een kuil naar binnen maken en de
grond onvruchtbaarheid maken. Er groeit dus niets, ook niet nadat het geregend
heeft. De lokale bevolking dacht altijd dat daar de buitenaardse wezens in hun
ufo waren geland.
De ranger stopt
nog bij een voetafdruk van een olifant. Hij vertelt dat die er al een week
staat. Het is van een mannetjes olifant. Deze zijn meest altijd alleen, behalve
tijdens het ‘mating season’. De drinkpauze was bij een 270 jaar oude acaciaboom
met vervelende vliegen. We stonden met z’n allen in de rivierbedding (Aba
Houab).
We vervolgden de rit door de rivierbedding, waar ze een week geleden doorheen waren gelopen (herkenbaar aan de olifanten dung (poep), tot aan Derit Farm. Een kleine nederzetting bestaande uit Afrikanen, die in Namibië waren blijven hangen en daar nu landbouw bedreven op de semi droge woestijn. Uit de achter gelaten resten was duidelijk te zien dat de olifanten hier waren geweest. Dus doorrijden maar en ineens zagen we in de verte een jonge olifant: fotomomentje. Daarna zagen we nog vier woestijn olifanten. Ze zijn wat kleiner dan de ‘gewone’ olifanten, zoals in Etosha. Olifanten eten gras, blaadjes, maar we zien en horen er zelfs één een tak wegwerken. Ruimt wel lekker op. Bij het maken van de foto’s hadden we wel geluk, omdat we voorop reden en steeds de beste plaats hadden. Onze gids durfde dichtbij de olifanten te komen, terwijl die andere dat niet deed. Die ander heeft ook maar drie olifanten gezien en wij alle vijf.
Daarna was het tijd om terug te gaan om op tijd te zijn voor de sundowner. Terwijl de gids haast maakte zagen we nog een kori bustard en een black backed jackal. Voor beide beesten maakten onze gids nog wel even een korte fotostop. De sundowner was bovenop de berg en leverde uiteraard weer een spectaculair panorama op en dito foto’s. Daarna voldaan terug naar de lodge over de toch wel hobbelige zandpaden.
13 juli: Van Swakopmund naar Twijfelfontein
’s Ochtends
stonden we op met de wetenschap dat Nederland met 3-0 van Brazilië hadden
gewonnen en 3e was geworden tijdens het WK 2014: een puike prestatie van het
Nederlands team.
Vandaag gaan we
naar Twijfelfontein en onderweg gaan we nog even naar Cape Cross om nog meer
zeehonden te bekijken. Om half 9 ongeveer reden we weg door de mist. Nog even
een korte tour door Swakopmund, omdat het wel een mooie stad is met bijzondere
gebouwen en een echt zandstrand. Helaas zag het er door de mist minder vrolijk
uit. Bijna de gehele route naar Cape Cross reden we in de mist.
Na Cape Cross zijn we hetzelfde stuk teruggereden en vervolgens de afslag genomen naar Uis. Vlak voorbij Uis zagen we Himba’s (lokale stam), die handwerkspullen aan het verkopen waren. Dat beeld herhaalde zich nog een aantal keren tijdens de route, met het enige verschil dat we ook Herero’s (andere lokale stam) zagen die spullen verkochten. We zijn niet gestopt om iets te kopen of foto’s te maken. Dat hadden we de dag ervoor al gedaan. Verder was de route deze keer minder eentonig dan andere dagen, maar het is en blijft een verplaatsingsdag naar een andere locatie, waarbij je veel kilometers maakt. Onderweg hebben we nog wel een aantal vogels gespot (bij gebrek aan groot wild), namelijk: Pale-winged starling, Kori Bustard, Karoo Korhaan en de Ruddy Turnstone.
Aangekomen bij Twijfelfontein Country Lodge waren we onder de indruk van het hoofdgebouw. Er was een groot restaurant en een grote bar aanwezig, een zwembad en een shopje. Het zag er heel mooi uit. Helaas blijkt er geen internet te zijn en voor het voetbal van vanavond moeten we naar een huisje aan het einde van het terrein waar een kleine televisie staat. Als we bij onze huisjes aankomen vallen deze een beetje tegen. Het ziet er van binnen redelijk uit, maar minder dan we in het begin van de vakantie gehad hebben. Daarnaast is duidelijk dat alles niet zo goed onderhouden is.
Cape Cross is de
plek waar mega veel zeehonden zitten. Als we zeggen mega dan bedoelen we ook
mega veel: echt ongelooflijk. Cape Cross huisvest wel 200 tot 250 duizend
zeehonden. De beesten maken veel lawaai met elkaar. Er zitten ook veel jonge
zeehonden. De stank mag er dan ook wezen.
Na Cape Cross zijn we hetzelfde stuk teruggereden en vervolgens de afslag genomen naar Uis. Vlak voorbij Uis zagen we Himba’s (lokale stam), die handwerkspullen aan het verkopen waren. Dat beeld herhaalde zich nog een aantal keren tijdens de route, met het enige verschil dat we ook Herero’s (andere lokale stam) zagen die spullen verkochten. We zijn niet gestopt om iets te kopen of foto’s te maken. Dat hadden we de dag ervoor al gedaan. Verder was de route deze keer minder eentonig dan andere dagen, maar het is en blijft een verplaatsingsdag naar een andere locatie, waarbij je veel kilometers maakt. Onderweg hebben we nog wel een aantal vogels gespot (bij gebrek aan groot wild), namelijk: Pale-winged starling, Kori Bustard, Karoo Korhaan en de Ruddy Turnstone.
Aangekomen bij Twijfelfontein Country Lodge waren we onder de indruk van het hoofdgebouw. Er was een groot restaurant en een grote bar aanwezig, een zwembad en een shopje. Het zag er heel mooi uit. Helaas blijkt er geen internet te zijn en voor het voetbal van vanavond moeten we naar een huisje aan het einde van het terrein waar een kleine televisie staat. Als we bij onze huisjes aankomen vallen deze een beetje tegen. Het ziet er van binnen redelijk uit, maar minder dan we in het begin van de vakantie gehad hebben. Daarnaast is duidelijk dat alles niet zo goed onderhouden is.
We hebben nog een
tijdje voordat we gaan eten, en dus gaan we lekker buiten zitten. Het is
heerlijk weer. Wat een verademing. We kunnen zo waar in korte broek en mouwloos
shirtje buiten zitten. Dat hebben we nog niet eerder gehad. ’s Avonds gegeten
in de lodge. Het eten was prima, maar niet bijzonder. Het personeel was daarbij
niet zo gastvrij en vriendelijk. Jammer!
Hierna voetbal
gekeken. Bleek de wedstrijd een uur eerder gestart te zijn dan we dachten. Het
televisietje was klein en er waren een heleboel mensen, dus het was niet zo
goed te zien. Na de reguliere speeltijd van 90 minuten zijn we naar ons bed
gegaan. We vonden de wedstrijd niet spectaculair genoeg om af te kijken.
zaterdag 12 juli 2014
12 juli: Swakopmund
Om half zeven gaat de wekker, zodat we om zeven uur kunnen
ontbijten. We rijden om acht uur weg naar Walvisbaai, om daar op
dolfijnensafari te gaan. We kijken er enorm naar uit. Het is iets langer dan
een half uur rijden en eenmaal aangekomen wachten we op de boot Kalina. Met
ongeveer 16 andere mensen stappen we de boot op. Als we een stukje op het water
gevaren hebben, legt de schipper de boot stil en geeft ons een korte uitleg.
Het zou kunnen dat er een zeehond bij ons aan boord komt en dus moeten we daar
niet van schrikken. Blijkbaar is er al eens iemand zo geschrokken dat hij in
het water sprong en een ander sloeg de zeehond. Geen van beide lijkt ons een
goede optie, maar eerst fluit hij zodat de pelikanen naar ons toekomen. Ze
worden gevoerd met vis en dit levert vele leuke kiekjes op. Vaak ook omdat de
pelikanen om de vis vechten. Hij legt uit dat de pelikanen met een paars oog
mannetjes zijn en met een geel oog vrouwtjes. Als we verder varen blijven de
pelikanen achter, maar als er een vis wordt aangeboden komen ze direct weer
aanvliegen.
Ook wordt verteld dat de pelikanen vaak voor op de boot gaan zitten. De schipper noemt ze de co-pilots. Niet lang daarna komen er inderdaad twee pelikanen voorop de boot zitten. Ze worden gevoerd door de kleine raampjes die vooraan zitten. Naast de pelikanen zit er ook een meeuw op onze boot. Deze wordt Nelson genoemd. Een andere vogel die mee zwemt en gevoerd wordt heet Fritsie. Het is een aalschover (Black Comorant).
Als we een stukje verder gevaren zijn komen we langs een
vervallen boot. Deze boot kan tegenwoordig niet meer gebruikt worden, maar ligt
nu in het water als werkplatform. Eromheen liggen vele tonnen met daaraan
zakken om mosselen en oesters te kweken. In elke zak kunnen 1000 oesters en er
zitten vijf zakken aan elke lijn met tonnen. In totaal worden er wel 3,2
miljoen oesters afgeleverd per jaar alleen al aan Japan.
- De mannetjes zeehonden schijnen wel vijftig vrouwtjes op een
dag te hebben.
Ook wordt verteld dat de pelikanen vaak voor op de boot gaan zitten. De schipper noemt ze de co-pilots. Niet lang daarna komen er inderdaad twee pelikanen voorop de boot zitten. Ze worden gevoerd door de kleine raampjes die vooraan zitten. Naast de pelikanen zit er ook een meeuw op onze boot. Deze wordt Nelson genoemd. Een andere vogel die mee zwemt en gevoerd wordt heet Fritsie. Het is een aalschover (Black Comorant).
Hierna komen we bij een enorme boot. Het blijkt het grootste
schip ter wereld voor het aanleggen van pijpleidingen. Het schip is immens en
er zitten 480 mensen op. Ze leggen 500 m pijpleiding aan per dag. Het schip
ligt helemaal stil in het water zonder aan het anker te hoeven liggen. Ze
hebben namelijk zowel aan de voor- als aan de achterkant sluizen waardoor het
water stroomt en dit zorgt dat ze stil blijven liggen.
Vervolgens gaan we op zoek naar de dolfijnen. Een aantal mensen
mag voorop de boot gaan zitten, zodat ze de dolfijnen beter kunnen zien. Na een
tijdje wisselen we af en kunnen wij voorop de boot. We zien wel wat dolfijnen
en af en toe springt er eentje uit het water, maar helaas zijn ze maar klein en
springen ze niet hoog. Fotograferen is niet mogelijk, omdat ze steeds weer
ergens anders omhoog komen en het er niet zoveel zijn. Helaas, dat valt tegen,
maar toch leuk om ze even te zien. Als we verder varen komen we bij een
zandbank vol met zeehonden. Dat is ook duidelijk te merken aan de geur. De
zeehonden doen vele kunstjes en springen constant uit het water omhoog. De
bestuurder vertelt dat er wel twee miljoen zeehonden zijn aan de Namibische
kust, meer dus dan de bevolking van Namibië.
Hierna gaan we even stil liggen en krijgen we wat hapjes,
waaronder natuurlijk oesters. Oma en William zijn zo dapper om zich hieraan te
wagen. Larissa en Annelies houden het bij de andere hapjes. Na de hapjes en
drankjes varen we verder en komen de pelikanen weer op de boot. Één pelikaan
gaat op de voorkant van de boot zitten, terwijl er daar ook mensen zitten. Ze
mogen de pelikaan aaien, maar elke keer pikt de pelikaan wel naar hen, wat voor
veel gelach zorgt, want het is een mooi gezicht. We zijn alweer bijna terug bij
de aanlegsteiger als er dan eindelijk een zeehond op onze boot komt. We dachten
al dat het niet meer zou gebeuren. Deze zeehond is een vaste klant op de boot
en weet precies waar hij zijn eten kan vinden. Maar voordat hij het krijgt moet
hij eerst de bestuurder high fives geven. Dat vindt hij schijnbaar zo leuk dat
hij zijn flippers maar blijft ophouden voor een high five, tijdens het verhaal
van de man.
We krijgen heel wat weetjes over de zeehond:
- Vaak zie je dat zeehonden een bal op hun snoet kunnen
balanceren. Dit komt doordat hun snorharen dan overeind komen te staan en deze
houden de bal in positie.
- De zeehond heeft twee lagen huid, waarbij het water niet
doordringt in de tweede laag. Als we kijken en voelen zien we inderdaad dat de
laag eronder droog is
- De flippers van de zeehond hebben drie functies. (1) Ze kunnen
ermee zwemmen. (2) Als ze op hun zij gaan zwemmen en één flipper uit het water
houden wordt deze opgewarmd door het zonlicht, waardoor de bloedcirculatie
blijft gaan. Het beest houdt zich zo dus warm. (3) De zeehond vlecht de
achterste flippers ineen als hij gaat slapen en houdt ze boven het water.
Hierdoor vangen ze wind en draait de zeehond onder water. Ze blijven zo op
dezelfde plek liggen.
Vervolgens leggen we aan
en gaan we weer aan wal. Hier kopen we wat zelfgemaakte sleutelhangers
en gaan we vervolgens lunchen. Oma en William nemen een sandwich, Annelies
calamaris en Larissa chocolade cake en champignonsoep. Daarnaast genieten
Annelies en Larissa van een lekkere cocktail (Pelican Blue Lagoon: Malibu, Blue
Curaçao & Ananassap). Het eten is heerlijk. Als we op weg terug naar de
auto zijn lopen we nog even een winkeltje in waar we wat leuke kleinigheden
kopen. Vervolgens lopen we langs wat kleine winkeltjes met zelfgemaakt houtwerk
en kettingen en armbanden. William en Annelies kopen hier een beeldje van een
zebra, Larissa een beeld van een giraf en Willemien twee kettingen en een
armband. De vrouwen die de sieraden verkopen hebben klei in hun haren en
Willemien is er door gefascineerd. Ze vraagt of ze het even mag voelen en
vervolgens of ze er een foto van mag maken. Beide vinden ze goed. Terug in de
auto hebben we een voldaan gevoel. Tenminste; ik zal voor mezelf spreken. Ik
(Larissa) heb een voldaan gevoel. De dag was erg leuk en ik heb mooie dingen
gekocht. Dit was voor mij tot nu toe de mooiste/leukste dag van de vakantie.
Als we terugkomen is onze hele auto schoongemaakt door de ‘car
watcher’. Dat was ook wel nodig na die stoffige autoritten.
11 juli: van Namib Naukluft naar Swakopmund
’s Ochtends
lekker rustig aangedaan. We hadden afgesproken om 8 uur te ontbijten en half 8
op te staan, maar iedereen was al voor de wekker wakker. Het ontbijt was
eenvoudig, maar lekker. Onderwijl hadden we uitzicht op een troep meerkatten,
terwijl de hond hun steeds probeerde te vangen. Wat natuurlijk steeds mislukte.
Tegen 9 uur reden
we weg. Het eerste deel van de route voerde door een saai plat savanne
landschap. We zagen soms een verdwaalde struisvogel, maar dat was het dan ook
wel. Toen we de Gaub pass overreden
werden we wakker, want de omgeving veranderde en werd interessanter. Na de Gaub
pass, reden we ook nog over de Kuiseb pass. Tijdens een korte stop op de pass,
ontdekten we een sprinkhaan, een gecko en een ander klein insect.
Als je geen groot wild ziet, moet je jezelf focussen op de (kleine) dieren die er wel zijn. Ondertussen merkten we ook dat deze route, de C14, veel drukker was dan alle andere routes.
Vlak voor Walvisbaai,
terwijl we bij Birds Paradise stonden, reed ineens de president van Namibië met
zijn vervolg met loeiende sirenes voorbij. Hij had net de uraniummijn bezocht en
hij verbleef in Walvisbaai.
Aan de kust van
Walvisbaai hebben we op de achterbak van onze Toyota Hilux geluncht. Voor de
kust stonden enkele honderden flamingo’s. Na de lunch zijn we doorgereden naar
de lagune waar we nog meer flamingo’s, pelikanen en andere vogels zagen.
Na de lagune zijn we op zoek gegaan naar Mola Mola waar we onze dolfijnentocht voor de volgende ochtend wilden boeken. Het kantoor zat enigszins achteraf, maar in een heel leuk haventje met restaurantjes. Morgenochtend om 9 uur gaan we het water op.
We verbaasden ons
over de grootte van de huizen in Walvisbaai. Er stonden enorme huizen richting
de kust in alle mogelijke kleuren. Toen we doorreden naar Swakopmund werden de
huisjes steeds kleiner, totdat we bij de arbeidershuisjes kwamen. Overal werd
nog veel gebouwd. In Swakopmund kwamen we bij onze B&B: Organic Square
Guest House. De B&B ziet er perfect uit. Na even opgefrist te hebben zijn
we het centrum ingewandeld. In de eerste de beste kledingzaak was Willemien
niet meer weg te slaan, zoveel mooie spullen voor zo weinig geld. Daarna nog
even verder gekeken. Het is een leuk centrum, met leuke shops, maar het was
toch even wennen om weer in de bewoonde wereld te zijn. Nog even gevraagd waar
de Western saloon pizzeria zit, die de lekkerste pizza’s maakt van de hele
stad. Aangekomen blijken er maar 3 tafeltjes te zijn en reserveren is niet mogelijk, dus besluiten we
om meteen maar te gaan eten. De reputatie klopt, het zijn heerlijke pizza’s.
Vervolgens weer naar huis gegaan, nog even een wijntje gedronken en lekker op
tijd naar bed gegaan.
10 juli: Sossusvlei en Deadvlei
Vandaag om 6 uur
de wekker, zodat we om 6.30 kunnen vertrekken. We gaan vandaag sossusvlei in en
de gate gaat om 6.45 open. Volgens
sommige reisgidsen ligt Sossusvlei lodge in het park, maar dat is niet zo. Het
ligt naast de gate. Sossusvlei Dune lodge ligt wel in het park en dan kun je
ook voor zonsopgang weg om de zon op te zien gaan op Dune 45.
Na het ophalen
van het ontbijtbasket (het was ook een echte basket) te bij de receptie, zodat
we kunnen ontbijten op ieder moment dat we zelf willen, gaan we op weg. De weg
naar sossusvlei is nog 65 km vanaf de gate. Onderweg zijn wat stoppunten en
kunnen we wandelen. Vlak na de ingang in het park zien we de zon nog opkomen
achter een bergje. We maken wat foto’s en rijden vervolgens door.
Op de weg naar Dune 45, het eerste stoppunt, zien we wat oryxen en struisvogels.
Op de weg naar Dune 45, het eerste stoppunt, zien we wat oryxen en struisvogels.
Bij Dune 45
aangekomen gaan we eerst een broodje eten. We gaan deze duin namelijk
beklimmen, 300 meter hoog en dat willen we niet op een lege maag doen. Oma zal
beneden blijven. De duin beklimmen is toch iets te zwaar voor haar.
Het schijnt de meest toegankelijke duin te zijn en op het eerste gezicht lijkt het prima te doen. Als we echter gaan lopen blijkt het onderste deel best zwaar en moeten we een aantal keer stoppen om even op adem te komen. Daarna wordt het vlakker en lopen we een stuk sneller naar boven. Helemaal op de top hebben we een prachtig uitzicht over de duinen en dit moet natuurlijk even op de foto gezet worden. De weg naar beneden gaat een stuk sneller natuurlijk en uiteindelijk blijkt dat we over het gehele stuk heen en terug maar 40 minuten gedaan hebben.
Het schijnt de meest toegankelijke duin te zijn en op het eerste gezicht lijkt het prima te doen. Als we echter gaan lopen blijkt het onderste deel best zwaar en moeten we een aantal keer stoppen om even op adem te komen. Daarna wordt het vlakker en lopen we een stuk sneller naar boven. Helemaal op de top hebben we een prachtig uitzicht over de duinen en dit moet natuurlijk even op de foto gezet worden. De weg naar beneden gaat een stuk sneller natuurlijk en uiteindelijk blijkt dat we over het gehele stuk heen en terug maar 40 minuten gedaan hebben.
Hierna rijden we
door naar Deadvlei, waarbij de laatste vier kilometer over een zand stuk is.
William mag eindelijk de low gear 4 versnelling uitproberen. Dit blijkt geen
probleem en zonder moeite komen we het hele stuk zand door met de auto, zowel
heen als terug. Bij Deadvlei gaan we eerst ontbijten. De ontbijtbasket blijkt
enorm uitgebreid te zijn.
Deadvlei is bijzonder, duinen, zout en dode bomen. Die combinatie leidde weer tot een aantal fotomomentjes.
Bij het wegrijden zagen we nog een black backed jackal. Heel rustig zat dat beest de boel te bekijken.
Deadvlei is bijzonder, duinen, zout en dode bomen. Die combinatie leidde weer tot een aantal fotomomentjes.
Bij het wegrijden zagen we nog een black backed jackal. Heel rustig zat dat beest de boel te bekijken.
Na al dat zand,
het zat overal (veel in je schoenen, maar ook in je haar en je oren), zijn we
doorgereden naar Sesriem canyon. Deze ligt ook in het park. Met z’n vieren zijn
we afgedaald in de kloof om er doorheen te wandelen. De kloof is drie km lang
en niet zo diep.
Tegen 15.00 uur
vertrokken we vervolgens weer naar onze volgende bestemming, die als tussenstop
dient, namelijk Namib Naukluft in de buurt van Solitaire. De lodge is netjes,
maar minder dan hetgeen wat we gewend zijn. We kijken vanuit onze kamer uit
over de savanne. Na lekker onszelf opgefrist te hebben genieten we nog heerlijk
van de warme zon en een van een prachtige zonsondergang.
Het diner ’s
avonds bestond uit een braai. We aten buiten in een open rondavel. Naast vlees
kregen we maisbroodpap en gem squash (een groente): de lokale specialiteiten.
Abonneren op:
Posts (Atom)









































